Stageplein Zorg organiseert voor Summa College en Fontys
de stages in de zorgsector

Begeleiden & beoordelen

Binnen Talentgericht onderwijs (TGO) wordt onderscheid gemaakt tussen ‘toetsing’ en ‘tentaminering’. Toetsing omvat het proces van begeleiden en beoordelen tijdens het leren, waarbij zichtbaar wordt in hoeverre de student de leeruitkomsten ontwikkelt. 
Tentaminering betreft het formele beslismoment waarin examinatoren bepalen of de student de eenheid van leeruitkomsten (EvL) beheerst en studiepunten worden toegekend (Fontys Onderwijs en Onderzoek, 2025).
(Zie hieronder de procedure begeleiding & beoordeling en de procedure beslissing. )

De begeleiding en beoordeling is gebaseerd op het didactisch model van formatief handelen, waarin feedback een cruciale rol speelt. Het proces van begeleiden en beoordelen verloopt via feedup, feedback en feedforward. 
Zie onder de tegel ‘Training & Evaluatie werkveld‘ meer informatie over formatief handelen en feedback. 

De leeruitkomsten van de EvL zijn zo geformuleerd dat de begeleiding die de student krijgt steeds verder afneemt, terwijl de complexiteit van de taak en de context toeneemt. Het toepassen van het ZelCom model (Bulthuis, 2013) ondersteunt de gefaseerde groei in zelfstandigheid en complexiteit.  

Binnen elke EvL doorloopt de student een cyclisch leerproces bestaande uit zes stappen gebaseerd op Navigeren door je leerproces (Fontys Onderwijs en Onderzoek, 2025). (Zie hieronder de handreiking ‘Navigeren door je leerproces’) 
De stappen vormen de basis voor de inrichting van het onderwijs, de begeleiding en de beoordeling. Tijdens deze stappen wordt de student ondersteund door de studentcoach, de docent en de begeleider uit het werkveld. Leren verloopt niet lineair: studenten bewegen meerdere keren heen en weer tussen de stappen.

Portfolio

Binnen TGV wordt door de student in alle EvL een portfolio met bewijsmaterialen opgebouwd. In het portfolio toont de student op meerdere momenten het geleerde aan in relatie tot de leeruitkomsten behorende bij de EvL.

Een product/verslag dat door de student wordt gemaakt vormt op zichzelf nog geen bewijsmateriaal. Het wordt bewijsmateriaal als het op de juiste wijze wordt gerelateerd aan de leeruitkomsten en voorzien is van: 

  1. een beschrijving van het eigen handelen en het resultaat daarvan in beroepskenmerkende situaties;
  2. onderbouwing vanuit de 3 pijlers van evidence based practice (EBP); ervaring en expertise professionals (waaronder de student zelf), patiëntervaringen en literatuur en wetenschap;
  3. feedback op het product/verslag door experts en medestudenten met de leeruitkomsten als beoordelingskader;
  4. reflectie van de student op het leerproces, waaronder reflectie op de ontvangen feedback en verwerking hiervan;
  5. schriftelijke onderbouwing van de wijze waarop het product/verslag bijdraagt aan de realisatie van de leeruitkomsten.

Studenten zijn vrij om te kiezen op welke wijze ze dit bewijs vormgeven. Dit kan schriftelijk maar ook door middel van bv een poster, presentatie of op een andere creatieve wijze. De student moet de relevantie van dit bewijs verantwoorden, gerelateerd aan de leeruitkomsten. 

De bewijzen in het portfolio dienen te voldoen aan de VRAAKT criteria

Criterium

Toelichting

Variatie

Het bewijsmateriaal is verschillend van soort en betreft verschillende praktijksituaties.

Relevantie

Het bewijsmateriaal zegt iets over de beheersing van het gedrag;  één of meerdere leeruitkomsten kunnen met het bewijs worden aangetoond. Het bewijs is voorzien van feedback.

Authenticiteit

Het bewijsmateriaal is echt van de student en er is niets aangepast aan de feedback van begeleiders en peers.

Het bewijsmateriaal is een afspiegeling van de ervaring en deskundigheid van de student; dit kan ook blijken uit een combinatie van de diverse bewijsmaterialen.

Actualiteitswaarde

Het bewijsmateriaal heeft betrekking op de ervaring en beheersing die de student op het moment van beoordeling heeft. De bewijzen komen dus uit betreffende praktijkleerperiode. Vanuit de beroepspraktijk en/of het PL-onderwijs.

Kwaliteit en kwantiteit

Ten aanzien van kwantiteit wordt een beperkt aantal bewijzen van kwaliteit gevraagd. Hierdoor wordt de student aangezet tot reflectie op diens ‘best practice’.

Bewijs is krachtig als het een mix van handelen, reflectie en EBP bevat.

De student heeft oog voor de privacy van zorgvragers, naasten en professionals; gebruikt geen of gefingeerde namen.

Toegankelijkheid

Het bewijsmateriaal en portfolio is leesbaar en overzichtelijk opgebouwd. Voor de verslaglegging van het ‘navigeren door het leerproces’ is gebruik gemaakt van de officiële formats.

In de toolbox hier op de voorpagina van Stagepleinzorg zijn diverse vormen van leeractiviteiten voor de beroepspraktijk uitgewerkt, die de student om kan zetten in bewijsmateriaal. Daarnaast zijn hieronder een aantal hulpmiddelen en formats geplaatst voor het portfolio.

In onderstaande AI gedragscode is via een omgekeerd stoplichtmodel beschreven op welke manieren en onder welke voorwaarden studenten generatieve AI wel/niet mogen gebruiken.

Het portfolio wordt opgebouwd in Portflow i.p.v. in OneDrive. Portflow is de portfolio functie van onze digitale leeromgeving Canvas. Net als in OneDrive kan de student in Portflow begeleiders uit het werkveld toegang geven tot (delen van) diens portfolio. De begeleider ontvangt hiervoor van de student een uitnodiging via de mail. Zie onderstaande instructie voor het werken met Portflow als werkveldpartner. 

...

...