Werken aan persoonsgerichte kwalitatieve zorg in de praktijk
Deze EVL richt zich op het verder ontwikkelen van de professionele identiteit en het bieden van persoonsgerichte en kwalitatieve zorg. Studenten leren zelfstandig (preventieve) zorg te verlenen, kritisch te reflecteren op de kwaliteit van zorg en deze te verbeteren op basis van Evidence-Based-Practice (EBP). Daarnaast ontwikkelen de studenten vaardigheden in samenwerking en het nemen van regie in het eigen leerproces.
Gekoppelde CanMEDS-rollen
- Bachelor verpleegkundige
- Communicator
- Samenwerkingspartner
- Reflectieve EBP professional
- Gezondheidsbevorderaar
- Leider
- Kwaliteitsbevorderaar
LUK 5.1 Regie voeren over je eigen ontwikkeling als verpleegkundige
Je neemt verantwoordelijkheid voor jouw leerproces door effectief feedback te vragen en constructieve (peer)feedback te geven. Je reflecteert op jouw ontwikkeling, toont vitaliteit en veerkracht en legt uit hoe je deze onderhoudt. Je maakt de ontwikkeling van jouw professionele identiteit zichtbaar met realistische doelen en acties.
Kernconcepten
Professionele identiteit
Leven Lang Ontwikkelen
De kern van deze leeruitkomst is het verantwoordelijkheid nemen voor het eigen leerproces door effectief feedback te vragen, reflectief te handelen en doelen te stellen voor professionele groei.
Inhoud
• Effectief feedback vragen en ontvangen
• Zelfsturing en eigenaarschap in het leerproces
• Veerkracht en vitaliteit in het verpleegkundig beroep
• Realistische doelen stellen en ontwikkelacties formuleren
Verwacht niveau
- Je stelt (persoonlijke) leerdoelen op waarbij een planning wordt gemaakt voor leeractiviteiten die Je prioriteert en organiseert.
- Je past zelfreflectie en zelfbeoordeling toe op eigen (leer) resultaten en vraagt waar nodig begeleiding.
- Je geeft en vraagt feedback volgens de feedbackregels op de ontwikkeling van de professionele identiteit en vraagt door op feedback waaruit vervolgacties worden geformuleerd.
- Je bent in staat om technieken te ontwikkelen en toe te passen die helpend zijn om vitaal te blijven en veerkrachtig om te gaan met situaties die als moeilijk worden ervaren. Je reflecteert hierop en benoemt wat voor bijdraagt aan vitaliteit en veerkracht.
LUK 5.2 (Preventieve) Persoonsgerichte zorg verlenen
Je verleent zelfstandig (preventieve) zorg in midden-complexe zorgsituaties, passend bij jouw bevoegdheden en de context van de zorgomgeving. Je verzamelt en interpreteert zelfstandig gegevens, beargumenteert jouw bevindingen en interventies en evalueert deze vervolgens met collega’s.
Kernconcepten
Verpleegkundig proces
Preventief handelen
Persoonsgericht handelen
De kern van deze leeruitkomst is het zelfstandig persoonsgerichte zorg verlenen in midden-complexe situaties, gebaseerd op verzamelde gegevens en evidence based interventies.
Inhoud
- Alle stappen van het verpleegkundig proces toepassen
- Zelfstandige zorg verlenen binnen bevoegd- en bekwaamheden
- Preventieve zorg en gezondheidsbevordering
- Verzamelen en interpreteren van verpleegkundige gegevens
- Communicatie en samenwerking met zorgvrager en netwerk
- Toepassing van verpleegtechnische vaardigheden in een laag-complexe context
Verwacht niveau
- Je verleent op persoonsgerichte wijze zorg in verschillende zorgsituaties, waarbij verpleegkundige handelingen worden uitgevoerd volgens protocol met inachtneming van de eigen bevoegd- en bekwaamheid. Tijdens het contact met de zorgvrager heb je proactief aandacht voor de context en achtergrond van de zorgvrager en diens naasten.
- Je maakt gebruik van stappen van het verpleegkundig proces, waarbij bevindingen worden geanalyseerd om problemen te signaleren, op te lossen, waarbij het handelen in overleg met collega’s afgestemd wordt op de zorgbehoefte van de zorgvrager.
- Je verzamelt vanuit holistisch perspectief op methodische wijze zelfstandig gegevens over onvoorziene verschijnselen bij een zorgvrager, waarbij onderscheid gemaakt wordt tussen hoofd- en bijzaken.
- Je past preventieve interventies toe tijdens de basiszorg en onderbouwt deze vanuit Evidence Based Practice
- Je koppelt bevindingen aan passende relevante kenniselementen vanuit anatomie, fysiologie en pathologie en/of andere concepten.
LUK 5.3 Werken aan de kwaliteit van de zorg
Je identificeert vragen over de kwaliteit van zorg in jouw zorgomgeving en beargumenteert dit vanuit micro-, meso- en macroperspectief. Je beschouwt deze kritisch aan de hand van Evidence Based Practice. Je herkent het systeem van kwaliteitszorg, past meetinstrumenten toe en gebruikt de uitkomsten in jouw zorgverlening. Daarnaast reflecteer je op jouw eigen verpleegkundig handelen in relatie tot kwaliteit van zorg.
Kernconcepten
Onderzoekende houding
Kwaliteit van zorg
De kern van deze leeruitkomst is het analyseren en waar mogelijk verbeteren van de kwaliteit van zorg op basis van reflectie, kwaliteitsinstrumenten en evidence-based practice.
Inhoud
- Visie op kwaliteit van zorg (in relatie tot persoonsgerichtheid)
- Evidence-Based Practice (EBP) en kwaliteitszorg
- Verpleegkundige meetinstrumenten en richtlijnen
- Multidisciplinaire samenwerking voor kwaliteitsverbetering
- Het identificeren en analyseren van kwaliteitsvraagstukken in de zorg
Verwacht niveau
- Je stelt kritische vragen over (knelpunten in) kwaliteit van zorg en werkprocessen en hanteert hierbij argumenten vanuit micro-, meso- en/of macroperspectief.
- Je signaleert en analyseert afwijkingen van of verschillende handelingswijzen bij geldende protocollen of richtlijnen
- Je herkent de plaats van kwaliteitsindicatoren en kwaliteitsstandaarden binnen een kwaliteitscyclus
- Je verzamelt op methodische wijze gegevens over (een knelpunt in) kwaliteit van zorg vanuit verschillende bronnen van EBP. Je analyseert de opgehaalde data en maakt de uitkomsten bespreekbaar met collega’s en/of zorgvrager en toetst deze aan het kwaliteitskader van de instelling.
Onderwijs & begeleiding tijdens EvL 5
Iedere student krijgt een docent praktijkleren of lecturer practitioner (in geval van een ZIC of ZIN) toegewezen voor de duur van de EvL. Die docent is verantwoordelijk voor de begeleiding en beoordeling van studenten bij het leren in de praktijk. De docent praktijkleren richt zich op de student en het contact en de samenwerking tussen de opleiding en de zorgorganisatie.
Tijdens de praktijkperiode zijn er verschillende begeleidingsmomenten via voortgangsgesprekken en onderwijsactiviteiten. Dit leerproces is visueel gemaakt in een routekaart per EvL.
Het onderwijs tijdens EvL 5 bestaat uit leerkringen, peergroep bijeenkomsten en bijeenkomsten met de eigen studentcoach.
Leerkringen
Studenten van verschillende leerjaren vormen samen met hun docent praktijkleren een leerkring. Verspreid over de periode vinden er 4 leerkringbijeenkomsten van 3 uur plaats, in week 1, 6, 9 en 14 van het semester. Tijdens de leerkring staan de leervragen van de studenten centraal. Er wordt onder andere stilgestaan bij het verhelderen van de leeruitkomsten, bewijsmateriaal voor het portfolio en thema’s en praktijkervaringen passend bij de EvL en zorgsettingen. Ook vindt er intervisie plaats. De leerkringbijeenkomsten kunnen op school plaats vinden of in de praktijk. Zodra de koppeling van docenten en studenten rond is, ontvangt de student de planning van het onderwijs van de docentpraktijkleren.
Peergroepen
Studenten die EvL 5 doorlopen vormen peers van elkaar. In de peergroepen ondersteunen studenten elkaar in het gericht werken aan passend bewijsmateriaal voor de leeruitkomsten van EVL5.
Gedurende het semester zijn er 6 peergroep bijeenkomsten. De studenten plannen deze bijeenkomsten zelf. Hierin richten studenten zich op:
- inhoudelijke verdieping van EVL5;
- koppeling tussen theorie en praktijk;
- ontwikkelen van passend bewijsmateriaal;
- kritisch reflecteren op professioneel handelen;
- feedback geven en ontvangen;
- voorbereiding van portfolio en tentaminering.
Bij peergroepbijeenkomst 3 en 5 kan de docent praktijkleren geconsulteerd worden.
Studentcoaching
Iedere student krijgt een studentcoach toegewezen voor de duur van de opleiding. De studentcoach is het eerste aanspreekpunt voor de student en coacht de student bij de persoonlijke ontwikkeling en professionele identiteitsvorming én stimuleert studievoortgang en het maken van keuzes in de leerroute. Zie voor nadere uitleg de informatie bij ‘betrokkenen’ onder Informatie TGV.
Gedurende EvL 5 vinden er 3 fysieke groepsbijeenkomsten van 1,5 uur en 1 individueel coachgesprek plaats met de eigen studentcoach. De student ontvang de planning van de studentcoach.
Voortgangsgesprekken
Tijdens EvL 5 vinden 3 voortgangsgesprekken plaats tussen de student, werkbegeleider(s), docent praktijkleren en eventueel medestudent(en). Het doel van de gesprekken is om de persoonlijke en professionele ontwikkeling van de student te monitoren en ondersteunen door middel van het voeren van dialoog.
Op basis van de planning in de routekaart maakt de student ruim van tevoren een (online) afspraak van 30 à 45 minuten in overleg met de werkbegeleider(s)en docent praktijkleren.
De docent praktijkleren komt minimaal 1 x fysiek naar de praktijk. De overige gesprekken kunnen online via MS Teams plaats vinden.
De student bereidt het gesprek voor m.b.v. de opdracht in de Canvas cursus en plaats deze in diens portfolio. De student neemt de regie in het gesprek over de vorm en inhoud. Na het gesprek maakt de student een kort verslag van hetgeen besproken is, waaronder de ontvangen feedback en gemaakte afspraken. De student plaats de voorbereiding en het verslag in het portfolio en vraagt feedback aan de werkbegeleider(s) en docent praktijkleren.