De eerste stappen in de praktijk als verpleegkundige
Deze EvL is gericht op het introduceren van studenten in de praktijk van het verpleegkundig beroep. De focus ligt op het ontwikkelen van een professionele houding, het toepassen van verpleegkundig redeneren en het verlenen van persoonsgerichte zorg. Studenten leren hoe ze methodisch gegevens verzamelen, interpreteren en inzetten in hun zorgverlening. Ook werken ze aan hun reflectieve vaardigheden om hun professionele identiteit te versterken. Studenten gaan ontdekken of het verpleegkundig beroep bij hun past.
Gekoppelde CanMEDS-rollen
- Bachelor verpleegkundige
- Communicator
- Samenwerkingspartner
- Reflectieve EBP professional
LUK 3.1 Jezelf als verpleegkundige leren kennen
Je toont een proactieve leerhouding door vragen te stellen, feedback te verwerken en je groei ten behoeve van je professionele identiteit te onderbouwen met praktijkervaringen. Je reflecteert op jouw ontwikkeling door leermomenten te koppelen aan theoretische inzichten. Je onderzoekt of en hoe het beroep van HBO-verpleegkunde bij jou past.
Kernconcepten
Professionele identiteit
De kern van deze leeruitkomst is het bewust en actief sturen van de eigen professionele ontwikkeling door een proactieve leerhouding aan te nemen. Dit houdt in dat studenten actief vragen stellen, constructieve feedback vragen en toepassen en hun groei onderbouwen met praktijkervaringen. Reflectie speelt een centrale rol, waarbij studenten leren om de ervaringen te analyseren en deze te verbinden aan theoretische inzichten om zo de professionele identiteit als verpleegkundige verder te ontwikkelen.
Het gaat om zelfsturend leren, waarbij reflectie en feedback belangrijk zijn voor professionele en persoonlijke groei.
Inhoud
- De rol van de verpleegkundige (CanMEDS-rollen) in de praktijk
- Professionele identiteit en beroepshouding
- Reflecteren op eigen handelen en leerproces
- Feedback, vragen, ontvangen en verwerken
- Leren vanuit praktijkervaringen (stage, casuïstiek).
Verwacht niveau
- Je stelt kritische vragen over de werkzaamheden van verpleegkundigen die worden geobserveerd in de praktijk en legt de relatie met de geleerde theoretische inzichten.
- Je formuleert persoonlijke en professionele leerdoelen en bespreekt deze met de werkbegeleider en docent
- Je vraagt feedback volgens de feedbackregels op eigen persoonlijke en professionele ontwikkeling, waarna je reflecteert op hoe de ontwikkeling bijdraagt aan de professionele identiteit in de praktijk.
- Je reflecteert op praktijksituaties en koppelt het geleerde aan pijlers van Evidence Based Practice (ervaring zorgvrager, kennis van experts en literatuur)
- Je signaleert beperkingen van eigen kennis en vaardigheden. Je geeft grenzen aangeven en draagt verantwoordelijkheid voor resultaten van eigen (leer)activiteiten.
- Je reflecteert of het beroep van HBO-verpleegkunde past bij de eigen competenties en de beeldvorming van het beroep.
LUK 3.2 Verpleegkundig redeneren
Je verzamelt systematisch relevante gegevens over een zorgvrager en signaleert mogelijke verpleegkundige problemen. Je past verpleegkundig redeneren toe vanuit een persoonsgerichte relatie gebaseerd op evidence based practice. Je voert interventies uit binnen jouw bevoegd- en bekwaamheden en reflecteert op jouw handelen vanuit theoretische inzichten.
Kernconcepten
Verpleegkundig proces
Onderzoekende houding
De kern van deze leeruitkomst is het verzamelen en analyseren van gegevens van een zorgvrager. Studenten signaleren problemen en passen evidence based interventies toe.
Inhoud
- Systematisch gegevens verzamelen (anamnese)
- Observeren en interpreteren van symptomen
- Verpleegkundig en klinisch redeneren en besluitvorming
- Evidence-Based-practice (EBP)
- Verpleegkundige interventies binnen bevoegdheden en bekwaamheid
Verwacht niveau
- Je herkent op welke wijze het verpleegkundig proces is ingericht binnen de context van de stageplek
- Je verzamelt gegevens over de zorgvrager, als onderdeel van het verpleegkundig proces, waarbij je oog hebt voor de persoon van de zorgvrager. Je observeert en signaleert de actuele en potentiële verpleegproblemen en beredeneert of de huidige zorg passend is.
- Je laat ontwikkeling zien in de interventies die worden uitgevoerd (passend bij de eigen bevoegd- en bekwaamheden), onderbouwt deze interventies vanuit theoretische inzichten en reflecteert hierop.
LUK 3.3 Persoonsgerichte zorg verlenen
Je hebt interactie met de zorgvrager en diens netwerk om hun behoeften aan basiszorg in kaart te brengen. Op basis van gesprekken en observaties bied je passende ondersteuning bij de algemene dagelijkse levensverrichtingen. Je signaleert mogelijkheden voor het bevorderen van eigen regie en stemt jouw verpleegkundig handelen af op de zelfredzaamheid en context van de zorgvrager.
Kernconcepten
Preventief handelen
Persoonsgericht handelen
De kern van de leeruitkomst is het observeren en communiceren met de zorgvrager en diens netwerk om basiszorg op maat te bieden en waar mogelijk eigen regie en zelfredzaamheid te bevorderen.
Inhoud
- Basiszorg en algemene dagelijkse levensverrichtingen (ADL)
- Communicatie met de zorgvrager en diens netwerk
- Persoonsgerichtheid en netwerkzorg
- Eigen regie en zelfredzaamheid vergroten
- Ethiek en culturele sensitiviteit in de zorg
Verwacht niveau
- Je past basale gesprekstechnieken toe in gesprek met de zorgvrager over diens wensen en behoeften omtrent de zorg.
- Je ondersteunt op persoonsgerichte wijze de zorgvrager in het dagelijks functioneren waarbij de relatie wordt gelegd met zelfredzaamheid, eigen regie, preventie en zelfmanagement
- Je brengt het netwerk van de zorgvrager in kaart waarbij de eigen rol in de zorg wordt benoemd.
Onderwijs & begeleiding tijdens EvL 3
Onderstaande informatie wordt nog verder aangevuld als het onderwijs van EvL 3 ontwikkeld is.
Iedere student krijgt een docent praktijkleren of lecturer practitioner (in geval van een ZIC of ZIN) toegewezen voor de duur van de EvL. Die docent is verantwoordelijk voor de begeleiding en beoordeling van studenten bij het leren in de praktijk. De docent praktijkleren richt zich op de student en het contact en de samenwerking tussen de opleiding en de zorgorganisatie.
Tijdens de praktijkperiode zijn er verschillende begeleidingsmomenten via voortgangsgesprekken en onderwijsactiviteiten. Dit leerproces is visueel gemaakt in een routekaart per EvL.
Het onderwijs tijdens EvL 3 bestaat uit leerkringen, peergroep bijeenkomsten en bijeenkomsten met de eigen studentcoach.
Leerkringen
Studenten van verschillende leerjaren vormen samen met hun docent praktijkleren een leerkring. Verspreid over de periode vinden er 2 leerkringbijeenkomsten van 3 uur plaats. Tijdens de leerkring staan de leervragen van de studenten centraal. Er wordt onder andere stilgestaan bij het verhelderen van de leeruitkomsten, bewijsmateriaal voor het portfolio en thema’s en praktijkervaringen passend bij de EvL en zorgsettingen. Ook vindt er intervisie plaats. De leerkringbijeenkomsten kunnen op school plaats vinden of in de praktijk. Zodra de koppeling van docenten en studenten rond is, ontvangt de student de planning van het onderwijs van de docentpraktijkleren.
Peergroepen
Studenten die EvL 3 doorlopen vormen peers van elkaar. In de peergroepen ondersteunen studenten elkaar in het gericht werken aan passend bewijsmateriaal voor de leeruitkomsten van EVL3.
Gedurende het semester zijn er meerdere peergroep bijeenkomsten. De studenten plannen deze bijeenkomsten zelf. Hierin richten studenten zich op:
- inhoudelijke verdieping van EVL3;
- koppeling tussen theorie en praktijk;
- ontwikkelen van passend bewijsmateriaal;
- kritisch reflecteren op professioneel handelen;
- feedback geven en ontvangen;
- voorbereiding van portfolio en tentaminering.
Bij 2 peergroepbijeenkomst kan de docent praktijkleren geconsulteerd worden.
Studentcoaching
Iedere student krijgt een studentcoach toegewezen voor de duur van de opleiding. De studentcoach is het eerste aanspreekpunt voor de student en coacht de student bij de persoonlijke ontwikkeling en professionele identiteitsvorming én stimuleert studievoortgang en het maken van keuzes in de leerroute. Zie voor nadere uitleg de informatie bij ‘betrokkenen’ onder Informatie TGV.
Gedurende EvL 3 vinden er 3 fysieke groepsbijeenkomsten van 1,5 uur en 1 individueel coachgesprek plaats met de eigen studentcoach. De student ontvang de planning van de studentcoach.
Voortgangsgesprekken
Tijdens EvL 3 vinden 2 voortgangsgesprekken plaats tussen de student, werkbegeleider(s), docent praktijkleren en eventueel medestudent(en). Het doel van de gesprekken is om de persoonlijke en professionele ontwikkeling van de student te monitoren en ondersteunen door middel van het voeren van dialoog.
Op basis van de planning in de routekaart maakt de student ruim van tevoren een (online) afspraak van 30 à 45 minuten in overleg met de werkbegeleider(s)en docent praktijkleren.
De docent praktijkleren komt minimaal 1 x fysiek naar de praktijk. De overige gesprekken kunnen online via MS Teams plaats vinden.
De student bereidt het gesprek voor m.b.v. de opdracht in de Canvas cursus en plaats deze in diens portfolio. De student neemt de regie in het gesprek over de vorm en inhoud. Na het gesprek maakt de student een kort verslag van hetgeen besproken is, waaronder de ontvangen feedback en gemaakte afspraken. De student plaats de voorbereiding en het verslag in het portfolio en vraagt feedback aan de werkbegeleider(s) en docent praktijkleren.