De kracht van verpleegkundig leiderschap in de praktijk
EvL 10 richt zich op het ontwikkelen en versterken van verpleegkundig leiderschap passend bij de professionele identiteit. Dit betekent dat studenten hun visie op verpleegkundig leiderschap vormen en toepassen binnen concrete praktijksituaties. Studenten leren hoe hun invloed te gebruiken om de kwaliteit van zorg op het niveau van de organisatorische eenheid te behouden of te verbeteren. De focus ligt op het tonen van professioneel gedrag, het beïnvloeden van zorgkwaliteit en het bijdragen aan innovaties in de zorg. Studenten leren reflecteren op hun persoonlijke ontwikkeling als verpleegkundig leider en hoe zij hun zeggenschap en positionering kunnen inzetten om bij te dragen aan goede, persoonsgerichte zorg.
CanMEDS-rollen
- Communicator
- Samenwerkingspartner
- Reflectieve EBP professional
- Leider
- Kwaliteitsbevorderaar
LUK 10.1 Wat is mijn verpleegkundig leiderschap?
Je formuleert jouw visie op verpleegkundig leiderschap en onderbouwt deze met evidence informed inzichten en actuele ontwikkelingen. Dit op basis van feedback van collega’s, medestudenten, zorgvragers en reflectie als onderdeel van jouw professionele identiteit. Je verbindt jouw visie aan actuele zorgontwikkelingen en laat zien hoe je jouw verpleegkundig leiderschap toepast en ontwikkelt in concrete praktijksituaties.
Kernconcepten
Professionele identiteit
Leven Lang Ontwikkelen
De kern van deze leeruitkomst draait om het ontwikkelen van een begrip van de eigen leiderschapsstijl en kwaliteiten binnen de verpleegkundige praktijk. Dit begint met zelfbewustzijn: studenten reflecteren op wie ze zijn, hun sterke punten en waar ze kunnen groeien. Studenten formuleren een visie op verpleegkundig leiderschap, gebaseerd op theoretische kennis en praktijkervaring.
Inhoud
- Definitie en vormen van verpleegkundig leiderschap
- CanMEDS-rollen en verpleegkundig leiderschap
- Persoonlijke en professionele ontwikkeling (zelfreflectie, kernkwaliteiten)
- Visie als onderdeel van jouw professionele identiteit
- Feedback van medestudenten, collega’s en zorgvragers als basis voor groei
- Trends, ontwikkelingen en de geschiedenis van verpleegkundig leiderschap
- Inzicht in invloed uitoefenen
- Praktijkgerichte casuïstiek om verpleegkundig leiderschap in actie te oefenen
- Waarden en normen (persoonlijk, team)
Verwacht niveau
- Je analyseert door middel van zelfreflectie en verkregen feedback de persoonlijke en professionele ontwikkeling t.a.v. verpleegkundig leiderschap in de praktijk
- Je definieert de eigen leiderschapsstijl in relatie tot de evidence informed visie op verpleegkundig leiderschap en laat zien hoe deze toegepast wordt in diverse praktijksituaties.
- Je beargumenteert welke kernkwaliteiten bijdragen aan de ontwikkeling van de eigen professionele identiteit.
- Je pakt moreel/ethische dilemma’s op die zich voordoen binnen de eigen afdeling waarbij de beroepscode en de geldende wet- en regelgeving worden gehanteerd.
LUK 10.2 Verpleegkundig leiderschap inzetten voor goede zorg
Je neemt initiatief ten aanzien van je eigen professionele ontwikkeling en de ontwikkeling van het team van zorgprofessionals. Je toont verpleegkundig leiderschap binnen zorgprocessen en in samenwerking met collega’s, passend bij jouw ontwikkeling en de zorgcontext. Je herkent momenten waarop jouw inbreng en zeggenschap nodig zijn en laat zien hoe je hiermee bijdraagt aan behoud of verbetering van de kwaliteit van zorg en de samenwerking in het team.
Kernconcepten
Professionele identiteit
Kwaliteit van zorg
De kern van deze leeruitkomst richt zich op verpleegkundig leiderschap binnen zorgprocessen, met als doel dat studenten zichzelf positioneren ten behoeve van kwaliteit van zorg en het versterken van de samenwerking binnen het team van zorgprofessionals. Studenten dragen proactief bij aan team- en organisatieontwikkeling. Het draait om eigenaarschap waarin de student verantwoordelijkheid neemt voor de eigen professionele ontwikkeling en die van collega’s. Dit betekent dat de student actief reflecteert op het eigen handelen en doelen stelt voor groei. De student laat hierin ook zien hoe verpleegkundig leiderschap vorm krijgt in de praktijk.
Inhoud
- Kwaliteitszorg verbeteren en of bestendigen van zorgprocessen
- Zeggenschap en profileren binnen verpleegkundig leiderschap, inzicht krijgen in hoe je invloed uitoefent op zorgprocessen op afdelingsniveau.
- Werken met teamrollen, groepsprocessen en modellen binnen de zorg (teamdynamiek en coaching).
- Feedback geven en coachen van collega’s.
- Effectieve communicatie en samenwerking binnen teams ten behoeve van kwaliteit van zorg
- Wet- en regelgeving rondom zeggenschap en positionering
- De wijze waarop je je positioneert binnen teams en samenwerkingsverbanden
- Actieve kennisdeling en het motiveren van collega’s
Verwacht niveau
- Je positioneert jezelf binnen een team en oefent daarmee constructief invloed uit op de team en/of organisatieontwikkeling.
- Je neemt initiatief in de samenwerking met stakeholders met als doel kwaliteit van zorg behouden of verbeteren
- Je identificeert binnen het team complexe en onvoorspelbare problemen en neemt gedeelde verantwoordelijkheid voor het aansturen van processen om deze problemen op methodische wijze op te lossen.
- Je analyseert en reflecteert (op) de inzet van het eigen verpleegkundig leiderschap ten aanzien van het behouden en verbeteren van de kwaliteit van zorg in samenwerking met collega’s
- Je coacht (aankomend) zorgprofessionals ten behoeve van het bijdragen aan de kwaliteit van zorg
- Je handelt conform wet- en regelgeving rondom zeggenschap en positionering van het verpleegkundig beroep.
Onderwijs & begeleiding tijdens EvL 10
Onderstaande informatie wordt nog verder aangevuld als het onderwijs van EvL 10 ontwikkeld is.
Iedere student krijgt een docent praktijkleren of lecturer practitioner (in geval van een ZIC of ZIN) toegewezen voor de duur van de EvL. Die docent is verantwoordelijk voor de begeleiding en beoordeling van studenten bij het leren in de praktijk. De docent praktijkleren richt zich op de student en het contact en de samenwerking tussen de opleiding en de zorgorganisatie.
Tijdens de praktijkperiode zijn er verschillende begeleidingsmomenten via voortgangsgesprekken en onderwijsactiviteiten. Dit leerproces is visueel gemaakt in een routekaart per EvL.
Het onderwijs tijdens EvL 10 bestaat uit leerkringen, peergroep bijeenkomsten en bijeenkomsten met de eigen studentcoach.
Leerkringen
Studenten van verschillende leerjaren vormen samen met hun docent praktijkleren een leerkring. Verspreid over de periode vinden er 4 leerkringbijeenkomsten van 3 uur plaats, in week 1, 6, 9 en 14 van het semester. Tijdens de leerkring staan de leervragen van de studenten centraal. Er wordt onder andere stilgestaan bij het verhelderen van de leeruitkomsten, bewijsmateriaal voor het portfolio en thema’s en praktijkervaringen passend bij de EvL en zorgsettingen. Ook vindt er intervisie plaats. De leerkringbijeenkomsten kunnen op school plaats vinden of in de praktijk. Zodra de koppeling van docenten en studenten rond is, ontvangt de student de planning van het onderwijs van de docentpraktijkleren.
Peergroepen
Studenten die EvL 10 doorlopen vormen peers van elkaar. In de peergroepen ondersteunen studenten elkaar in het gericht werken aan passend bewijsmateriaal voor de leeruitkomsten van EVL10.
Gedurende het semester zijn er 4 peergroep bijeenkomsten. De studenten plannen deze bijeenkomsten zelf. Hierin richten studenten zich op:
- inhoudelijke verdieping van EVL10;
- koppeling tussen theorie en praktijk;
- ontwikkelen van passend bewijsmateriaal;
- kritisch reflecteren op professioneel handelen;
- feedback geven en ontvangen;
- voorbereiding van portfolio en tentaminering.
Bij 2 peergroepbijeenkomsten kan de docent praktijkleren geconsulteerd worden.
Studentcoaching
Iedere student krijgt een studentcoach toegewezen voor de duur van de opleiding. De studentcoach is het eerste aanspreekpunt voor de student en coacht de student bij de persoonlijke ontwikkeling en professionele identiteitsvorming én stimuleert studievoortgang en het maken van keuzes in de leerroute. Zie voor nadere uitleg de informatie bij ‘betrokkenen’ onder Informatie TGV.
Gedurende EvL 10 vinden er 2 online groepsbijeenkomsten van een uur en 1 individueel coachgesprek plaats met de eigen studentcoach. De student ontvang de planning van de studentcoach.
Voortgangsgesprekken
Tijdens EvL 10 vinden 3 voortgangsgesprekken plaats tussen de student, werkbegeleider(s), docent praktijkleren en eventueel medestudent(en). Het doel van de gesprekken is om de persoonlijke en professionele ontwikkeling van de student te monitoren en ondersteunen door middel van het voeren van dialoog.
Op basis van de planning in de routekaart maakt de student ruim van tevoren een (online) afspraak van 30 à 45 minuten in overleg met de werkbegeleider(s)en docent praktijkleren.
De docent praktijkleren komt minimaal 1 x fysiek naar de praktijk. De overige gesprekken kunnen online via MS Teams plaats vinden.
De student bereidt het gesprek voor m.b.v. de opdracht in de Canvas cursus en plaats deze in diens portfolio. De student neemt de regie in het gesprek over de vorm en inhoud. Na het gesprek maakt de student een kort verslag van hetgeen besproken is, waaronder de ontvangen feedback en gemaakte afspraken. De student plaats de voorbereiding en het verslag in het portfolio en vraagt feedback aan de werkbegeleider(s) en docent praktijkleren.