De studenten van de opleiding Perioperatieve Verpleegkunde (PV) combineren tijdens hun opleiding de bachelor opleiding verpleegkunde met de opleiding tot anesthesiemedewerker of operatieassistent.
In het leerplanschema PV is te zien hoe beide opleidingen gedurende 4 jaar gelijktijdig doorlopen worden.
Gedurende de 4 jaar doorloopt de student 4 stages waarvan alleen de stage in het 2e leerjaar niet in de context van de operatie afdeling plaatsvind.
Tijdens alle stages zijn ook de andere tegels onder “Praktijkleren” van toepassing voor het verpleegkundige deel van de opleiding en hoe het verpleegkundig deel gedurende de diverse stages aan te tonen. De koppeling tussen het opleidingsdeel anesthesiemedewerker- en operatieassistent in opleiding met verpleegkunde is terug te lezen in het praktijkopleidingsplan hoofdstuk 8
Het opleidingsgedeelte tot anesthesiemedewerker of operatieassistent wordt vormgegeven door EPA’s, Entrustable Professional Activities, en is gebaseerd op het beroepsprofiel van beide beroepsgroepen en eindtermen, die vastgesteld zijn door het College Zorg Opleidingen (Utrecht, CZO, 2023). Deze eindtermen zijn gebaseerd op een zevental deskundigheidsgebieden. Deze zijn afgeleid van de zogenaamde CanMEDS gebieden, zoals geformuleerd door het Canadese Royal College of Physicians and Surgeons in 2006.
De student dient zich tijdens zijn opleiding al deze deskundigheidsgebieden eigen te maken door de beschreven EPA’s toe vertrouwd te krijgen om zo zijn beroep goed te leren uitoefenen. Het gaat niet alleen om kennis, maar ook om vaardigheden en een professionele beroepshouding. Dit wordt als het ware samengesmolten en moet als een geheel worden gezien.
Alle informatie omtrent EPA’s en EPA gericht opleiden zijn te vinden in het “Praktijkopleidingsplan OA AM”
Hierin zijn de volgende items terug te vinden:
Gedurende het 3e en 4e leerjaar zal de stage geheel in de context van de operatie afdeling plaatsvinden. Gedurende deze periode zullen er ook externe stage plaats vinden om bepaalde EPA’s te kunnen behalen. Dit is verschillend voor de anesthesiemedewerker in opleiding en de operatieassistent in opleiding.
Ook dit staat duidelijk beschreven in de het praktijkopleidingsplan onder externe stages.
Voor anesthesiemedewerkers in opleiding geldt hierbij het volgende:
Voor de operatieassistent in opleiding geld hierbij het volgende:
In het laatste jaar van de opleiding tot verpleegkundige zijn studenten 36 weken voor het praktijkleren op de werkplek, waarbij gemiddeld 24 uur per week (totaal 888 uur) aan praktijkleren (PL4) wordt besteed. Daarnaast voert de student in de overige werkdagen individueel of in een duo een praktijkonderzoek uit.
In onderstaande video over het praktijkonderzoek wordt in het kort de belangrijkste informatie gegeven voor studenten en het werkveld. Aan bod komen onderwerpen zoals de organisatie en het doel van het praktijkonderzoek, hoe de opdracht tot stand komt en de verschillende betrokkenen.
Onderstaande informatie kan gebruikt worden bij voorlichting in de praktijk over het praktijkonderzoek.
Deze PDF kan gebruikt worden bij voorlichting in de praktijk over het afstudeerproject.
Studenten kunnen alle informatie over het praktijkonderzoek vinden in de Canvas cursus Praktijkonderzoek.
Vragen kunnen gericht worden aan fmg-vpk-praktijkonderzoek@fontys.nl
FMG wil samen met het werkveld de kwaliteit en kaders waarborgen ten aanzien van praktijkleren. Om zorgorganisaties te ondersteunen bij het deskundig maken van werkvelddeskundigen in het begeleiden van onze hbo-v studenten is trainingsmateriaal ontwikkeld.
Passend bij de nieuwe visie op leren en toetsen van Fontys Mens en Gezondheid, staat in het begeleiden en beoordelen van het praktijkleren de formatieve functie van de toets meer centraal. Bij formatief handelen staat niet zozeer het oordeel centraal, maar veel meer het (gesprek over) het proces, de uitkomsten daarvan en daarmee het leren van de student. De huidige nadruk op individuele en schriftelijke verantwoording van de competenties zal verschuiven naar het stimuleren van het leerproces via reflectie en feedback in dialoog.
Als feedbackgever vanuit het werkveld, speel je een cruciale rol in de ontwikkeling van de student om die een succesvolle beroepsbeoefenaar te laten worden. Deze handreiking geeft tips waarmee jij de goede feedbackvragen kunt stellen, zodat de student straks de startbekwame professional wordt, die zich een leven lang blijft ontwikkelen.
Stage lopen in het buitenland vindt in principe alleen plaats tijdens PL3 en voor PL4 is het bespreekbaar. De voltijdse studenten lopen de eerste 3 weken 32 uur stage en vanaf week 4 gemiddeld 28 uur stage. De overige uren worden besteed aan onderwijsactiviteiten en zelfstudie. De totale stagetijd is 516 uur exclusief de lesactiviteiten.
In onderstaande documenten is de volgende informatie te vinden:
Uiteraard kunnen na het lezen van deze informatie vragen onbeantwoord blijven. De student kan met vragen altijd terecht bij de docenten die de plaatsen in het buitenland voor praktijkleren regelen en begeleiden.
Info PL in het buitenland
Video informatie buitenlandstage
Voorbereidend verslag
Stageplaatsen
Stageovereenkomst
Advies docentpraktijkleren
Advies studieloopbaanbegeleider
Advies studentconsulent
PEP – PostExpositieProfylaxe
Schriftelijke verantwoording
PEP-schema
Protocol 1: Verstrekking van PEP-pakketten
Protocol 2: Verkrijgen van een PEP-pakket
Protocol 3: Handelingen na een mogelijke HIV-besmetting
Declareren pep-pakket
Word je pep-pakket (gedeeltelijk) niet vergoed door je verzekering dan kun je deze declareren. Ga naar de startpagina van de Fontys Portal. Rechts onderaan vind je het declaratieformulier ‘Overige kosten’. Download dit formulier, vul deze volledig in en mail deze samen met de originele nota van de apotheek naar:
fmg-financien@fontys.nl
In English
CanMEDS-roles Work Placement
Work placement evaluation form
Intership agreement
Feedback guide student and fieldpartner.
Tijdens elke praktijkleerperiode vindt er, naast de leerkring bijeenkomsten, onderwijs plaats om de verbinding tussen praktijk en theorie te verstevigen. Rondom thema’s en casuïstiekbesprekingen wordt ingezet op theoretische verdieping gekoppeld aan praktijkleren en ervaringen. Ook kunnen studenten via opdrachten werken aan doelstellingen in het praktijkleren. Het onderwijs kan plaatsvinden binnen de school en/of binnen betrokken zorgorganisaties. Het studiemateriaal is voor studenten en docenten te vinden op de portal.
Onder onderwijsactiviteiten vallen contactonderwijs (‘lessen’) en docentonafhankelijke studieopdrachten waar een student alleen of samen met andere studenten aan werkt. Wanneer en waar het contactonderwijs plaats vindt wordt door de docent praktijkleren tijdig voorafgaand aan het praktijkleren bekend gemaakt, zodat zorgorganisaties hier rekening mee kunnen houden.
Onderwijs en de bijbehorende opdrachten tijdens PL worden niet afzonderlijk beoordeeld. Ze bestaan uit componenten die bijdragen aan het behalen van het eindgedrag. De producten van het onderwijs worden wel van ontwikkelingsgerichte feedback voorzien door de docent die het onderwijs verzorgt. Maar of de student daarmee voldoende bewijs levert voor het betreffende eindgedrag wordt bepaald door de docent praktijkleren die het praktijkleren beoordeelt.
Generiek onderwijs (PLG)
Het onderwijs tijdens PL bestaat onder andere uit generieke inhouden, die toepasbaar zijn binnen alle soorten praktijkleerplaatsen, waarbij de student casussen uit diens praktijk gebruikt om verder inhoud aan dit onderwijs te geven. De volgende generieke inhouden of thema’s komen aan de orde:
Meer inhoudelijke informatie over het generieke onderwijs vind je hier.
Context specifiek onderwijs (CSO)
Daarnaast kan het onderwijs bestaan uit context specifieke inhouden, passend bij de betreffende praktijkleerplaats. Het onderwijsprogramma hiervoor wordt samengesteld op basis van input van het werkveld en behoeften van studenten. De docentpraktijkleren informeert de studenten over hoe dit onderwijs er op hun praktijkleerplaats uitziet en wat hierin van hen verwacht wordt.
Leven Lang Leren
Verder is er ruimte voor activiteiten die leven lang leren (LLL) en reflecteren bevorderen, waaronder intervisie.
Tijdens het PL1L onderwijs maken studenten kennis met het 5G-reflectiemodel, het concept kwetsbaarheid, zelfregulatie en de functie van emoties. Studenten worden gestimuleerd te reflecteren op hun handelen en gedrag, aan de hand van deze modellen en concepten. Voor studenten en docenten zie de Canvas cursus PL1L.
Tijdens PL2, 3 en 4 vindt er intervisie plaats. Op basis van de leercyclus van Kolb zijn er verschillende fasen te herkennen binnen de intervisie. In iedere fase staat het bevragen van de inbrenger centraal. In onderstaand document zijn die fasen uitgewerkt, inclusief richtvragen per fasen. Er zijn ook andere modellen waarvan gebruik kan worden gemaakt tijdens de intervisiebijeenkomsten. Samen met de docent maken de studenten een keuze uit de verschillende intervisie-/reflectiemodellen.
Om de persoonlijke en professionele ontwikkeling te stimuleren zijn er ook ondersteunende opdrachten. Het gaat onder andere om het maken van een socialisatieverslag, het in kaart brengen van de eigen talenten, het maken van een persoonlijk stress signaleringsplan en een creatieve reflectie. Voor studenten en docenten zie de Canvas cursus Leven Lang Leren – PL234.
Voor het praktijkleren vormt het digitale portfolio in OneDrive het begeleidings- en beoordelingsinstrument waarmee de student het leerproces en competenties inzichtelijk maakt.
De studentjourney vormt de basis van het portfolio praktijkleren. Het dient de gehele praktijkleerperiode consequent gebruikt te worden door de student. Daarnaast verzamelt de student enkele bewijsmaterialen om diens bekwaamheid aan te tonen ter ondersteuning van de ontwikkeling in de studentjourney. Onderstaande kaders voor het bewijsmateriaal geven hierbij richting.
De student maakt per praktijkleerperiode onderstaande mappen structuur aan in diens Fontys OneDrive en deelt deze met de werkvelddeskundige(n) en de betrokken docenten.
1 – Studentjourney + feedbackformulier beslismoment
2 – Leven Lang Leren producten (PL-L)
3 – PLG onderwijsproducten
4 – Overig bewijsmateriaal
Voor het efficiënt kunnen beoordelen van het portfolio plaatst de student boven ieder bewijsstuk het FORMAT VOOR BEWIJS, waar feedback vanuit het werkveld en de docent in geplaatst kan worden. Om de cijfers in het zelfevaluatie instrument te kunnen bewerken moet het document geopend worden in Word in de desktop-app. Klik met de rechter muisknop op de kader voor bewijskracht en kies gegevens bewerken.
Een product/verslag dat door de student wordt gemaakt vormt op zichzelf nog geen bewijsmateriaal. Het wordt bewijsmateriaal als het op de juiste wijze wordt gerelateerd aan de rollen en competenties en voorzien is van:
Het PL-portfolio bevat het volgende bewijsmateriaal:
Tijdens de voortgangsgesprekken worden concrete afspraken gemaakt over de gewenste bewijsmaterialen, in gezamenlijke afstemming tussen student, werkbegeleider en docent praktijkleren.
Studenten zijn vrij om te kiezen op welke wijze ze dit bewijs vormgeven. Dit kan schriftelijk maar ook door middel van bv een pitch, presentatie of op een andere creatieve wijze. De student moet de relevantie van dit bewijs verantwoorden, gerelateerd aan de CanMEDS-rollen.
De bewijzen in het portfolio dienen te voldoen aan de VRAAKT criteria:
Criterium | Toelichting |
Variatie | Het bewijsmateriaal is verschillend van soort en betreft verschillende praktijksituaties. |
Relevantie | Het bewijsmateriaal zegt iets over de beheersing van het gedrag; één of meerdere competenties of rollen kunnen met het bewijs worden aangetoond. Het bewijs is voorzien van feedback. |
Authenticiteit | Het bewijsmateriaal is echt van de student en er is niets aangepast aan de feedback van begeleiders/peers. Het bewijsmateriaal is een afspiegeling van de ervaring en deskundigheid van de student; dit kan ook blijken uit een combinatie van de diverse bewijsmaterialen. |
Actualiteitswaarde | Het bewijsmateriaal heeft betrekking op de ervaring en beheersing die de student op het moment van beoordeling heeft. De bewijzen komen dus uit betreffende praktijkleerperiode. Vanuit de stage en/of PL-onderwijs. |
Kwaliteit en kwantiteit | Ten aanzien van kwantiteit wordt een beperkt aantal bewijzen van kwaliteit gevraagd. Hierdoor wordt de student aangezet tot reflectie op diens ‘best practice’. Bewijs is krachtig als het een mix van handelen, freflectie en EBP bevat. De student heeft oog voor de privacy van zorgvragers, naasten en professionals; gebruikt geen of gefingeerde namen. |
Toegankelijkheid | Het bewijsmateriaal en portfolio is leesbaar en overzichtelijk opgebouwd. Voor de verslaglegging van de studentjourney en bewijsstukken is gebruik gemaakt van de officiële documenten. |
Ter ondersteuning van het vormgeven van bewijsmateriaal voor het portfolio zijn verschillende formats uitgewerkt, die ter inspiratie kunnen dienen. Daarnaast staan er diverse reflectietools in de Canvascursus PL1L en PL2,3,4L.
Binnen het praktijkleren werkt de student aan het professioneel handelen gebaseerd op de betreffende competentiekaart van de praktijkleerperiode. Tijdens de praktijkleerperiode zijn er verschillende begeleidingsmomenten via voortgangsgesprekken en bijeenkomsten met de leerkring.
Dit leerproces is visueel gemaakt in een routekaart voor het praktijkleren, genaamd ‘studentjourney’ en in onderstaande animaties.
Animatiefilmpje module 1: Eigenaarschap
Animatiefilmpje module 2: Inzicht
Animatiefilmpje module 3: Zichtbaar
Het verslagleggingsdocument ‘Studentjourney’ vormt de basis van het portfolio praktijkleren. Hierin legt de student diens leerproces en persoonlijke/professionele ontwikkeling vast via de leerkringbijeenkomsten en voortgangsgesprekken. Per onderwerp zijn er vragen geformuleerd die de student kunnen helpen bij de verslaglegging. In de studentjourney neemt de student ook verkregen feed up, feedback en feed forward op.
Zowel voor studenten, werkveldpartners als docenten zijn succescriteria geformuleerd. Deze zijn bedoeld ter ondersteuning van de dialoog over de verwachte kwaliteit van de studentjourney, als onderdeel van het portfolio voor praktijkleren.
Aan het begin van iedere PL-periode stelt de student een praktijkleerplan op. Dit plan is een onderdeel van de studentjourney. Hierin introduceert de student zichzelf, oriënteert zich op de zorgsetting en hoe de CanMEDS-rollen daar tot uiting komen. Ook geeft de student zicht op diens aandachtspunten en persoonlijke leerdoelen vanuit school en vorige praktijkleerperioden.
Bij de beschrijving van de verpleegkundige(VPK), operatieassistent(OA) en anesthesiemedewerker(AM) maken we gebruik van de ordening in zeven competentiegebieden (rollen), gebaseerd op de systematiek van de CanMEDS (Canadian Medical Education Directions for Specialists). Kern van de beroepsuitoefening is de verpleegkundige, operatieassistent of anesthesiemedewerker als zorgverlener. Alle andere bekwaamheden raken aan die centrale rol en krijgen er richting door.
In januari 2015 is het landelijk opleidingsprofiel BN2020 gepresenteerd wat aansluit bij het in 2012 ontwikkelde landelijke beroepsprofiel. Per competentiegebied is beschreven welke kennis, vaardigheden en houding van de verpleegkundige gevraagd wordt. Hoewel de competentiegebieden apart van elkaar zijn beschreven, zijn zij onlosmakelijk met elkaar verbonden, met dat van de zorgverlener als kern van de beroepsuitoefening.
(Inmiddels is het landelijke opleidingsprofiel BN2030 gepresenteerd, wat vanaf september 2026 gehanteerd zal worden.)
Studenten verpleegkunde, operatieassistent en anesthesiemedewerker volgen verschillende periode van praktijkleren gedurende de opleiding. Het opleiden van verpleegkundigen op Hbo-niveau in de beroepspraktijk is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van zowel de school, de zorgorganisatie als de student.
In het onderwijsprogramma van het reguliere voltijdtraject zijn meerdere perioden van praktijkleren gepland. In leerjaar 1 een praktijkperiode van 8 weken (PL1). In leerjaar 2 en 3 een praktijkperiode van 18 weken en in leerjaar 4 een praktijkperiode van 36 weken, gecombineerd met afstuderen.
De perioden van praktijkleren kennen de volgende urenverdeling per 40-urige werkweek:
De verpleegkunde opleiding kent, naast het reguliere voltijdse programma diverse varianten. In de leerplanschema’s is te zien hoe het praktijkleren daarin vorm krijgt.